

Zaterdagavond 8 juni 1929 tussen kwart over negen en half tien raasden twee vrachtauto's, met ongeveer 45 man de stad door en reden de openstaande poort van het Waterfort binnen. Een van de chauffeurs van de met Venezolanen geladen trucks werd gesommeerd beter uit te kijken omdat hij zojuist het motorrijwiel van Brigadecommandant Vaas omver had gereden. Toen dit gebeurde, sprongen de Venezolanen, die gewapend waren met kapmessen en twee met automatische pistolen, van de wagens, overvielen de wacht, sabelden sergeant-majoor Vaas neer en verwondden twee Surinaamse politieagenten. Tegelijk vloog een tweede groep de eetzaal binnen waarbij sergeant Marcusse op het hoofd werd geslagen waardoor hij de volgende dag overleed. Een derde groep ging naar de slaapzaal. Urbina zelf kende de weg, want blijkbaar had hij in 1928 zijn ogen goed de kost gegeven.
Er bevonden zich op het moment van de overval 26 politiemensen en 9 militairen in het fort. Voor zover dit mogelijk was, werd flink tegenstand geboden, maar de overmacht was te sterk.
Een andere groep Venezolanen drong intussen het munitiemagazijn binnen en roofde geweren en munitie. Behalve Vaas en Marcusse, sneuvelde ook brigadier Van Zuilen; drie militairen en drie burgers raakten gewond.
Kapitein Borren begaf zich naar de gouverneur en adviseerde hem om Urbina zo spoedig mogelijk te laten vertrekken voordat Urbina de kans kreeg zijn dreigementen van brandstichting, plundering en dergelijke uit te voeren. Borrens argumenten waren: er zijn geen wapens, geen munitie, de manschappen zijn verspreid en het gevaar is te groot iets te riskeren. Om half twaalf bezochten Urbina zelf, met Borren, vier gewapende bendeleden en een Curaçaose tolk de gouverneur. Urbina wilde geen gebruik maken van een door de gouverneur aangeboden Nederlands schip, maar dat hij wilde vertrekken met de Maracaibo van de Red D-line. Urbina dwong Fruytier en Borren, evenals drie gevangen militairen, als gijzelaars mee te gaan.
Bij de kust van Venezuela werden de reddingsboten gestreken en gingen de bendeleden aan wal. Urbina gaf bij zijn vertrek opdracht om Fruytier en Borren te doden. Machado verbood echter deze order uit te voeren, aangezien het plan was geslaagd en het doden geen zin had. Reeds op zondag, 23 juni 1929- nog géén drie weken na de overval van Urbina - werd door wijlen de heer C.N. Winkel -alom bekend als "Shon Cai" -een oprichtersvergadering belegd op de tennisbaan van zijn landgoed "Villa Maria", waardoor de vrijwilligers die gehoor hadden gegeven aan zijn oproep -bijna tweehonderd man -besloten werd het "Vrijwilligers Korps Curaçao" op te richten. De statuten en het reglement voor het "Vrijwilligers Korps Curacao" werden met voortvarendheid opgesteld en reeds op 18 december 1929 goedgekeurd bij Gouvernement beschikking nummer 1279. Het "V.K.C." -zoals al gauw door iedereen benaamd -werd toen deel van de krijgsmacht in de kolonie Curaçao en Onderhorigen, zoals de toenmalige benaming luidde.
Sindsdien heeft het VKC een belangerijke rol gehad tijdens de 2de wereldoorlog, de Cubaanse-Amerikaanse crisis begin jaren 60, bij de opstand van 30 mei 1969, ondersteunen van de Koninklijke Marine in geval van orkaan hit (St. Maarten) en ondersteunen van het politiekorps wanneer nodig.